Terug naar hoe het begon
Welkom » Stoomlocs NS 7000

'Stoomlocs NS serie 7000'

Stoomlocomotieven NS in Nederland 8

1. Stoomloc serie NS 7001-7010
Voorheen NCS 41-50, SS 151-160. Gebouwd van 1899-1903 door Sächsische Maschinenfabrik vormals Rich Hartman (7001-7005) en Hohenzollern (7006-7010). Deze 2B-tenderlocomotieven deden dienst op de lokaallijnen van de NCS, later onder andere ook op de Haarlemmermeerlijnen. (bron: nico.spilt.com)
 
2. Stoomloc serie NS 7100
De serie NS 7100 was een serie tenderlocomotieven van de Nederlandse Spoorwegen (NS) en diens voorgangers Maatschappij tot Exploitatie van Staatsspoorwegen (SS), Hollandsche IJzeren Spoorweg-Maatschappij (HSM) en Noord-Friesche Locaalspoorweg-Maatschappij (NFLS).
 
151384-ns-7100-fabrieksfoto-ns-7101-7110.large.jpg
Stoomloc NS 7101-7110 - 1928-1936 Hoofddorp, Uithoorn, NFLS 1-10, HSM 1051-1060
 
Serie NFLS 1-10 / HSM 1051-1061
Aan het begin van de twintigste eeuw bestelde de NFLS een tiental tenderlocomotieven voor het rijden van lokaaltreinen op de lijnen Leeuwarden - Stiens - Metslawier, Stiens - Harlingen, en Tzummarum - Franeker Halte bij de fabriek Hohenzollern te Düsseldorf-Grafenberg. 
Het waren tenderlocomotieven met twee aangedreven assen en voor en achter een loopas, waarvan de voorste als Adams-as was uitgevoerd.
De eerste zes locomotieven werden in 1901 in dienst gesteld, gevolgd door de overige vier in 1902. Per 1 december 1905 werd de exploitatie van deze lijnen door de HSM overgenomen, waarbij ook het materieel werd overgenomen. De HSM nummerde de tien locomotieven in 1051-1060. Bij de samenvoeging van HSM en SS tot de Nederlandse Spoorwegen in 1920 kregen de locomotieven van deze serie de NS-nummers 7101-7110. Tussen 1925 en 1949 werden deze locomotieven buiten dienst gesteld. Er is geen exemplaar bewaard gebleven.
 
Serie NS 7101-7110
Voorheen NFLS 1-10, HSM 1051-1060. Gebouwd in 1901-1902 door Hohenzollern voor de Noord Friesche Locaal Spoorweg. De NFLS exploiteerde spoorlijnen ten noorden van Leeuwarden, met Stiens als centrum. In 1905 werd de exploitatie overgenomen door de HSM. Later kwamen ze in de rangeerdienst terecht. De standplaats van de machinist was links.
Bij de meeste locomotieven werd de regulateursleutel vervangen door een dubbele regulateurhandel, zodat de regulateur ook vanaf de leerlingszijde van de loc te bedienen was. (bron: nico.spilt.com)
 

Utrecht Damlust, 1930. Links naast loc 7125 is de Dom te zien.
De stoombel op de ketel is na 1936 verwijderd toen de locs naar de rangeerdienst verhuisden.
De laatste locs deden dienst tot 1948.
Voorheen SS 531-545. Gebouwd in 1907-1908 door Hohenzollern.
Bron: Nico Spilt
 
Serie SS 531-545 / NS 7111-7115
Enkele jaren na de levering van de bovengenoemde tien tenderlocomotieven bestelde de SS een vijftiental soortgelijke locomotieven bij dezelfde fabriek. De eerste zeven werden in 1907 als SS 531-537 in dienst gesteld. De SS 538-545 volgden in 1908. De SS gebruikte deze locomotieven voor lichte personentreinen op lokaalspoorlijnen. Bij de samenvoeging van HSM en SS tot de Nederlandse Spoorwegen in 1920 kregen deze locomotieven aansluitend op de tien HSM locomotieven de NS-nummers 7111-7125. Na de Tweede Wereldoorlog kwamen vier stuks met grote schade terug uit Duitsland en werden in 1947 afgevoerd. De overige locomotieven werden in 1947 en 1948 buiten dienst gesteld. Er is geen exemplaar bewaard gebleven.
 
3. Stoomloc serie NS 7200
De serie NS 7200 was een serie tenderlocomotieven van de Nederlandse Spoorwegen (NS) en diens voorgangers Maatschappij tot Exploitatie van Staatsspoorwegen (SS) en Nederlandsche Centraal-Spoorweg-Maatschappij (NCS), welke oorspronkelijk als locomotief met losse tender gebouwd zijn.
 
NCS 1-12
Voor de exploitatie van de nieuwe Centraalspoorweg van Utrecht via Zwolle naar Kampen bestelde de NCS twaalf locomotieven met twee gekoppelde assen en een voorloopas en met een twee-assige tender bij de fabriek Neilson and Company in Glasgow. De locomotieven waren niet voorzien van een gesloten machinistenhuis, het personeel stond in weer en wind. Deze locomotieven werden in 1863 met de nummers 1-12 in dienst gesteld.
Daarnaast waren de locomotieven ook voorzien van namen.

De NCS zat in de beginjaren met twaalf locomotieven zeer ruim in het materieel, zodat er zeker een drietal gemist kon worden.
Tussen 1865 en 1866 werden de 1, 3 en 4 tijdelijk aan de Hollandsche IJzeren Spoorweg-Maatschappij verhuurd, voor de dienst op de nieuwe normaalsporige spoorlijn tussen Alkmaar en Den Helder, waarvoor de HSM nog niet over normaalsporig materieel beschikte. Nadat de nieuwe Argus en Brutus waren geleverd keerden de NCS 1 en 3 terug naar de NCS en nadat ook de Ceres en Diana werden geleverd keerde ook de NCS 4 terug.
 
Het in de loop der jaren zwaarder worden van de treinen, maakte deze locomotieven steeds minder geschikt voor de sneltreinen tussen Utrecht en Kampen. Tussen 1883 en 1885 werden vijf locomotieven voorzien van een nieuwe door Hanomag geleverde ketel met een ketelspanning van 9,3 kg/cm2 en verzwaard voor een hoger adhesiegewicht, waardoor de trekkracht kon worden vergroot. Voor het personeel werd de gehele serie 1-12 voorzien van een gesloten machinistenhuis. Ongeveer een decennium later was ook dit niet meer toereikend, waarop besloten werd nieuwe locomotieven 21-25 voor de zware sneltreindienst te bestellen.
 

Stoomloc NS 7202 (serie NS 7200, NS 7201-7209) van de N.S. te Barneveld.
Bron: Utrechts Archief
Ombouw tot NCS 31-39
In 1892 en 1893 werden de drie slechtste exemplaren van de serie 1-12, de 5, 8 en 12, buiten dienst gesteld en gesloopt. De vier overige nog van een ketel met 6,3 kg/cm2 ketelspanning voorziene locomotieven 2, 4, 6 en 7 werden in 1892-1894 verbouwd tot 1B tenderlocomotief en vernummerd in 31-34 om te worden ingezet voor pendeltreinen tussen Zwolle en Kampen. Door een frequentieverhoging met pendeltreinen tussen Zwolle en Kampen te bewerkstelligen bereikte de NCS met de gemeente Kampen een akkoord om niet meer elke trein uit Utrecht door te laten rijden naar Kampen, hetgeen voor de NCS ook een besparing in het rangeerwerk te Zwolle opleverde. Nadat de 31-34 als tenderlocomotief in dienst waren gesteld, werden de voor een 9,3 kg/cm2 ketelspanning geschikte 9, 10, 11, 1 en 2 in de jaren 1895-1899 eveneens tot tenderlocomotief omgebouwd en aansluitend vernummerd in 35-39. Daarnaast was er nog een reserveketel voor een ketelspanning van 12 kg/cm2 die gedurende de ombouw in diverse locomotieven is gebruikt.
 
In verband met een eventuele uitbreiding van de serie 21-30 werden de tenderlocomotieven 31-39 in de periode 1904-1904 vernummerd in 81-89. De uitbreiding heeft echter niet plaats gevonden.
De open toegang naar het machinistenhuis werd rond deze tijd voorzien van deurtjes en schuiframen.

Overname door SS en NS
In 1915 ontwierp de NCS voor de lokaallijnen een nieuwe tenderlocomotief met drie gekoppelde assen ter vervanging van de op leeftijd rakende serie 81-89. Door de Eerste Wereldoorlog en de eerste stappen tot een fusie van de Nederlandse spoorwegmaatschappijen vonden deze plannen geen doorgang, en bleef de serie 81-89 in gebruik op de lokaallijnen.
In 1919 werd de exploitatie van de NCS overgenomen door de SS, waarbij deze locomotieven in de SS-nummering werden opgenomen als 571-579 in de zelfde volgorde als de NCS nummers 81-89. Bij de samenvoeging van SS en HSM tot de Nederlandse Spoorwegen in 1920 kregen de locomotieven van deze serie de NS-nummers 7201-7209, waarbij de oorspronkelijke volgorde van de 1-12 werd aangehouden, met overslaan van de drie nummers van de reeds gesloopte exemplaren. Tussen 1928 en 1935 werden de locomotieven buiten dienst gesteld, met als laatste de 7201, de oorspronkelijke NCS 1, in 1935 met een respectabele leeftijd van 72 jaar als oudste nog in dienst zijnde locomotief bij de NS.
 
4. Stoomloc serie NS 7300
De serie NS 7300 was een serie tenderlocomotieven van de Nederlandse Spoorwegen (NS) en diens voorgangers Maatschappij tot Exploitatie van Staatsspoorwegen (SS) en Nederlandsche Centraal-Spoorweg-Maatschappij (NCS).
Voor het tussen Zeist en Utrecht rijden van de uit vier rijtuigen en twee bagagewagens bestaande lokaaltreinen tussen Zeist en Amsterdam, werd het materieelpark van de NCS in 1905 uitgebreid met de twee locomotieven 90 en 91, gebouwd door Hohenzollern te Düsseldorf-Grafenberg. Nadat deze treinen veelal met een derde klas rijtuig minder werden gereden, kon hiervoor ook een van de locomotieven 41-50 of 81-89 gesteld worden. De 90-91 verhuisden daarna naar depot Utrecht. In 1911 werden de 90-91 overgeplaatst naar Zwolle, vanwaar zij werden ingezet naar Kampen. In 1916/1917 werd de oververhitter van het systeem Verloop vervangen door een oververhitter van het systeem Schmidt. Na de Eerste Wereldoorlog keerden de 90-91 terug naar Utrecht.


Soest, circa 1920. Personeel poseert bij loc SS 580 (voorheen NCS 90, later NS 7301). Deze loc, hier met een goederentrein richting Den Dolder, deed bij de NS dienst tot 1936.
Foto: Utrechts Archief./Nico Spilt
 
In 1919 werd de exploitatie van de NCS overgenomen door de SS, waarbij deze locomotieven in de SS-nummering werden opgenomen als 580-581. Bij de samenvoeging van SS en HSM tot de Nederlandse Spoorwegen in 1920 kregen de locomotieven van deze serie de NS-nummers 7301-7302. De 7301 werd in 1936 afgevoerd, de 7302 volgde in 1939. Er is geen exemplaar bewaard gebleven.
 
5. Stoomloc serie NS 7400
De serie NS 7400 was een serie tenderlocomotieven van de Nederlandse Spoorwegen (NS) en diens voorganger Hollandsche IJzeren Spoorweg-Maatschappij (HSM).
 
161293-ns-7400-willemspark-ns-7401-7404.large.jpg
Stoomloc NS 7401-7404 - 1917-1923, 1925-± 1950. Uithoorn, Hoofddorp, HSM 1101-1104

Ter vervanging van oudere locomotieven bestelde de HSM in 1920 een viertal tenderlocomotieven 1101-1104 als basis voor een grotere vervolgserie. Doordat echter door de samenwerking tussen de HSM en Maatschappij tot Exploitatie van Staatsspoorwegen (SS) als Nederlandse Spoorwegen en de keuze om voor toekomstige bestellingen de SS-locomotieven als basis te nemen, bleef deze serie beperkt tot de eerste vier exemplaren. Bij de samenvoeging van HSM en SS tot de Nederlandse Spoorwegen in 1920 kregen de locomotieven van deze serie de NS-nummers 7401-7404. Alle locomotieven doorstonden de Tweede Wereldoorlog. In 1953 werden als eerste de 7401 en 7402 afgevoerd, in 1955 waren de 7403 en 7404 aan de beurt. Er is geen exemplaar bewaard.

Serie NS 7401-7404
Kleine tenderlocomotieven van de HSM (1101-1104), in 1920 gebouwd door Werkspoor. Ze hebben voornamelijk dienst gedaan op de Haarlemmermeerlijnen. (bron: nico.spilt.com)
 
Stoomloc NS 7501
Een Duitse loc van de Baureihe 91 (Pruisische T93), die na de oorlog heeft dienst gedaan bij NS. (bron: nico.spilt.com)
 
6. Stoomloc. NS 7742
Bello is de bijnaam van stoomlocomotief NS 7742 die sinds 1915 dienst doet op diverse trajecten in Nederland. De locomotief is Nederlands enig bewaard gebleven lokaalspoorlocomotief maar dankt haar bekendheid vooral aan de tramlijn Alkmaar - Bergen aan Zee. Bello werd in 1914 door de Berlijnse fabriek Schwartzkopf geleverd aan de HIJSM en reed als locomotief 1046 vanaf 1915 op allerlei lokaalspoorlijnen zoals de zg. Haarlemmermeerlijnen, de lijnen Dieren – Apeldoorn en Apeldoorn – Zwolle en lijnen van de GOLS in Oost-Nederland. Standplaatsen van de lok waren in die tijd onder andere Apeldoorn, Winterswijk, Neede, Doetinchem, Uithoorn en Hattem. In 1921 werd de HSM 1046 vernummerd in NS 7742. Op 2 juni 1927 was ze betrokken bij een cycloonramp. Op deze dag stond ze voor onderhoud in de locloods in Neede toen het dak van de loods in stortte en op de NS 7742 kwam. De loc werd in Wpc Haarlem weer hersteld van haar schade. Vanaf 1932 werd ze ingezet op de tramlijn Alkmaar - Bergen aan Zee, langs Koedijk en via Bergen. Na 31 augustus 1955 werd het traject gesloten door de NS, de dag nadat de NS 7742 de afscheidsrit op de lijn gereden had.
 
In 1960 kwam Bello terug in Bergen en werd ze midden in het dorp neergezet als monument. Stilstaan in weer en wind bleek niet ten goede te komen aan de levensduur, en daarom werd in 1978 de locomotief voor het symbolische bedrag van ƒ 1,00 verkocht aan de Museumstoomtram Hoorn-Medemblik. De restauratie duurde tot 1985. Op 3 april 1985 werd de nieuwgebouwde losse ketel proefgestookt. Menige krant berichtte daarop, niet geheel correct, "Bello weer onder stoom". Op 4 augustus reed de machine voor het eerst weer op eigen kracht: de dag van het inrijden op het emplacement. Op 6 augustus reed de locomotief haar eerste kilometers op de lijn Hoorn - Medemblik, in een retourrit naar Wognum, met aan boord onder andere een inspecteur van NS, die de lok goedkeurde voor de dienst. Op 9 augustus, de eerste dag van het eerste 'Bello-festival', werd de lok met een rit met genodigden feestelijk in gebruik genomen. De SHM-leiding bleef dit echter beschouwen als één der proefritten en de officiële indienststelling vond plaats op 26 juni 1986, door een gedeputeerde van de provincie Noord-Holland.
In de praktijk zet de SHM de lok vooral in voor de dagelijkse middagtram in het hoogseizoen, met de Nederlandse houten tramrijtuigen. In juli 2010 werd gevierd dat de locomotief een totaal van 1.000.000 kilometer had afgelegd.
 
In Bergen zijn nog enkele sporen van de toenmalige tramlijn terug te vinden. Zo is er nog steeds een Stationsstraat, en is in de lijn Dreef - Plein - Berkenlaan - Rondelaan nog iets van het traject te herkennen.
De naam 'Bello' heeft de machine in haar lokaalspoor- of tramtijd nooit gedragen. De term werd een bijnaam bij het publiek voor alle kleinere locomotieven op lokaalspoor- en tramwegen die regelmatig luid bellend van zich lieten horen bij het passeren van een overweg of in de berm van een weg. De lijn Alkmaar - Bergen aan Zee was één der laatste lijnen met dat karakter.
Toen de locomotief NS 7742 als monument in Bergen kwam te staan ging de bijnaam over op deze ene locomotief. In de miniatuurstad Madurodam bevindt zich een model van loc 7742.
 
7. Stoomloc. NS 7850
De serie NS 7850 was een serie tenderlocomotieven van de Nederlandse Spoorwegen (NS), welke tweedehands waren overgenomen van de Zwitserse spoorwegen SBB.
 
Geschiedenis bij NS
Na de Tweede Wereldoorlog had de NS dringend behoefte aan materieel, daar er door de oorlogsomstandigheden veel vernield of weggevoerd was.
Van de Zwitserse SBB werd onder andere een tweetal driegekoppelde tenderlocomotieven voor lokaaltreinen en rangeerwerk uit de serie E 3/3 8431-8440 overgenomen. De locomotieven werden vanaf 1945/1946 als NS serie 7851-7852 ingezet voor rangeerwerk vanuit het depot Feijenoord. Na enkele jaren dienst werden de locomotieven in 1948 afgevoerd.
 
Voorgeschiedenis
In 1901 werd door de Schweizerische Lokomotiv- und Maschinenfabrik (SLM) een serie van tien drieassige tenderlocomotieven voor de Jura-Simplon-Bahn (JS) gebouwd, welke werden aangeduid als E 3/3. De JS gaf de locomotieven de nummers 857-866. De JS gebruikte de locomotieven voor lokaaltreinen. Nadat de JS in 1902 door de SBB werd ingelijfd, gaf de SBB de locomotieven de nummers 8431-8440. De SBB stelde de locomotieven tussen 1941 en 1947 buiten dienst. De SBB gebruikte de locomotieven zowel voor lokaaltreinen als voor rangeerwerk. Dit locomotieftype heeft als bijnaam Tigerli gekregen.
 
Replica 7853
 

MBS 7853 met reizigerstrein tussen Boekelo en Haaksbergen.
Niels Karsdorp at nl. wikipedia.org

In 1996 wist de Museum Buurtspoorweg (MBS) een soortgelijke tenderlocomotief van het Landesmuseum Baden-Württenberg in Mannheim over te nemen. Deze locomotief was in 1910 door SLM gebouwd (fabrieksnummer: 2079) en in 1911 geleverd aan de aluminiumfabriek van Aluisuisse in Chippis in Zwitserland, waar de locomotief tot 1982 als loc 4 met de naam Navizence werd gebruikt voor het rangeerwerk. In 1982 werd de locomotief overgenomen door Landesmuseum Baden-Würtenberg die deze geconserveerd opborg in Mannheim.
Door de grote overeenkomsten met de door de NS van de SBB overgenomen voormalige JS locomotieven, besloot de MBS de locomotief als replica van deze serie om te bouwen en het aansluitende nummer 7853 te geven. Bij de MBS heeft de loc de bijnaam Navizence behouden. Op 14 oktober 2005 werd de gerestaureerde locomotief in dienst gesteld.
 
Geraadpleegde bronnen: nl.wikipedia.org, Nico Spilt - nicospilt.com en Haarlemmermeerspoor